Zo zag de voorzijde van De Rijnpost er in die tijd uit, uiteraard op het grote broadsheet-formaat.
Zo zag de voorzijde van De Rijnpost er in die tijd uit, uiteraard op het grote broadsheet-formaat. Martin Brink

Veelzijdigheid troef in [eerste jaargangen krant]

9 april 2024 om 13:11

Her en der zullen nog zeker oude Rijnposten slingeren, maar voor een complete set moet men echt naar het gemeentearchief. Maar compleet? Het eerste nummer van 8 april 1964 ontbreekt in ieder geval. De serie begint op 16 april, een donderdag, jarenlang de dag van verschijning. De kranten staan niet digitaal. Een geïnteresseerde moet dus in de fysieke kranten gaan bladeren en de tijd nemen, in de hoop iets te vinden. Een klus, dat wel, maar vaak loont het.

Tijdens het doorworstelen van de nummers komt men onvermoed heel wat lezenswaardigs tegen. Het is net als die serie 'Pak maar een doos' in een historisch blad. En dan maar hopen wat voor bijzonders er (publicitair) in zit.

Dat de kranten niet zijn gedigitaliseerd is, is wel een nadeel voor geschiedschrijvers. Wie tegenwoordig onderzoek doet, wil snel op trefwoorden kunnen zoeken, het liefst digitaal. Zomaar bladeren, met het vermoeden dat er in een bepaald jaar of maand wel iets te vinden is, dat kost voor de huidige digitaal verwende onderzoeker vaak (te)veel tijd. Het is zogezegd een crime en geduldwerk. Vooral ook omdat die nummers op het broadsheet-formaat zijn. Dat is dubbel zo groot als het huidige tabloid.

Het digitaliseren van de krant, maar dat geldt ook voor andere dagelijkse of wekelijkse uitgaven, is wel een grote wens van de archivaris. Zo kan het breekbare krantenpapier niet beschadigen en kan iedereen rustig thuis op zijn of haar tijd achter de computer aan de gang gaan.

Wat digitaliseren tegenhoudt zijn de hoge kosten die daarmee gemoeid zijn. En dus stoppen de archiefmedewerkers tot op de dag van vandaag de verse krant elke woensdag fysiek in een archiefdoos. Zo simpel gaat het. Daar is weinig spannends aan.


VEELZIJDIG Maar wat stond er zoal in de eerste twee jaargangen? Het aanbod blijkt verrassend veelzijdig, met interviews en verhalen uit Veenendaal en de wijde regio, politiek en landelijke achtergrondverhalen die weer zijn overgenomen van de dagbladen binnen het concern waar De Rijnpost onder viel. Veenendaal krijgt dus in 1964 een volwassen krant, elke donderdag zomaar gratis in de bus, in die jaren wisselend tussen de acht en veertien pagina's. Qua advertenties en redactie zijn er nogal wat doorplaatsingen uit Ede, Wageningen en Rhenen. Dat is niet vreemd.

In Ede is in 1963 vanuit het niets de Edese Post gestart. Wegener's Couranten Concern in Apeldoorn wilde de vleugels uitslaan en zocht (advertentionele) uitbreiding naar het Vallei- en Rivierengebied, van oudsher een gebied waar het 'geld gemaakt werd'. De gok pakte goed uit, vooral omdat er later een samenwerking kon worden aangegaan met de firma Ponsen & Looijen die de Veluwepost (Wageningen en Renkum) en de Rhenense Courant (Rhenen en de Betuwe) uitgaf. Het is logisch dat er in die begintijd veel verhalen werden doorgeplaatst.

Wat stond er op de voorpagina van het eerste beschikbare nummer, donderdag 16 april 1964? De opening van de pagina is in ieder geval iets uit Veenendaal: een journalistiek verhaal over het opknappen van de straten in de Oranjewijk. Een in onbruik geraakte naam voor de Prins Bernhardlaan, Emmalaan, Prinsesselaan en Koninginnelaan. Dit van oorsprong Gelderse deel van Veenendaal was, aldus het verhaal, vele jaren het stiefkind geweest maar wordt nu aangepakt. De straten worden breder en krijgen goede trottoirs.

Er is dan al een column maar die is helemaal Wagenings. Dat was lange tijd zo. Onder de naam Knaster werd over hete hangijzers in het Wageningse geschreven.


BIMBAM Pas op 22 juli 1965 komt er een ‘eigen' column onder de naam Bimbam. Die werd gemaakt door de jonge Jan Beijer die in Veenendaal opgroeide en in die tijd aan de Nieuweweg woonde. Bimbam kwam weer van ‘Bim bam beieren', een oud kinderliedje. In de column wordt wekelijks een Veenendaals onderwerp behandeld. Jan zou carrière maken. Hij verhuisde naar verschillende dagbladen, waaronder de Tielse Courant (ook van Wegener). Hij sloot zijn loopbaan af als hoofd van de gemeentelijke voorlichting in Tiel. Op zijn 80ste is hij tegenwoordig nog steeds columnist voor het stedelijke huis-aan-huisblad. Op de voorpagina staan verder verhalen uit Wageningen, Renkum en Rhenen (over een graver die de kabel van de brandsirene raakte waardoor die afging). In dit nummer verder de kerkdiensten, het programma van de bioscoop in Wageningen, schoolkinderen in Rhenen die verkeersexamen deden, maar ook het afscheid van huisarts Engel in Veenendaal. Honderden kwamen hem de hand drukken, aldus de krant. Engel speelde tijdens de mobilisatie 1939/1940 als kapitein-arts in Veenendaal nog een belangrijke rol.

Het verspreidingsgebied van de krant is in die eerste tijd nog uitzonderlijk groot: Wageningen, Renkum, Heelsum, Rhenen, Leersum, Amerongen, Elst, Achterberg, Opheusden, Zetten, Hemmen, Renswoude, Overberg, Scherpenzeel, Veenendaal, Heteren en Randwijk. De oplage is 25.500. In combinatie met de Edese Post 43.000. Pas als de Veluwepost voor het grootste deel in handen komt van uitgeverij Wegener wordt de verspreiding aangepast.


MEDEWERKERS Wie waren er verantwoordelijk voor de berichtgeving? Al bladerend kom je verschillende namen tegen. Het aanname-adres voor advertenties en redactie is bij Jan van Hardeveld aan het begin van de Zandstraat. Hij en zijn vrouw Corrie maakten de komst van de Rijnpost in Veenendaal mogelijk. Jan heeft een ontwerpbureau en feestwinkel. Daar kan ‘de krant' ook nog wel bij. In die eerste jaren zorgt hij ook voor een hilarische cartoon waarin hij het plaatselijke nieuws op de hak neemt. Achterin de zaak zit Aafke Hoekstra voor het verwerken van de redactionele stukken. Zij kwam van het grote Vada drukkerij- en uitgeverijconcern in Wageningen. Zij zal overigens hier niet lang werkzaam zijn geweest want Jan Beijer van de Nieuweweg staat te boek als de eerste echte verslaggever van de Rijnpost. Jo van de Nadort woonde aan de Rembrandtlaan en wordt genoemd als correspondent. Deze gemeenteambtenaar werkte overigens voor meerdere kranten. Toen kon dat nog. Ook sport is al snel onderdeel van de redactieformule waarbij naast wedstrijdvooruitblikken en -verslagen wekelijks een sporter aan het woord wordt gelaten (‘De schijnwerper op…').

De jonge verslaggever Bert van Kooten van de Savornin Lohmanstraat is de man van de sport. Enkele jaren later stapt hij over naar De Vallei die dan in handen komt van uitgeverij Wegener. Daar zou hij tot aan zijn pensioen werkzaam blijven. Voor het nieuws uit Rhenen kan men terecht bij Arnold Burlage. Hem komen we later tegen als nieuwsjager bij De Telegraaf en weekblad Panorama.

Er wordt van meet af aan getracht om er een volwaardige krant van te maken, ook om tegenwicht te geven aan De Vallei, het sinds 1926 bestaande nieuwsblad dat toen nu in handen was van de gebroeders Ter Hoeven van de Parallelweg (in dat pand zit nu dansschool Ruitenbeek).

De Veenendaalsche Courant van Van Son (sinds 1907 bestaand) had in die tijd allang geen betekenis meer. Op 1 april 1966 zou deze krant ‘opgaan in de Rijnpost'. Dat is een mooie uitdrukking voor het opheffen van de krant. Eigenaar was toen al de BDU in Barneveld. In 1966 werd De Vallei ook door Wegener ‘ingenomen' en veranderde van nieuwsblad naar dagblad.


Naast politiek nieuws werd er ook veel ruimte geboden aan kleine voorvallen, soms op het dorpse af. Daar komen we nog op terug. Het verspreidingsgebied is zoals eerder gesteld groot: noem Veenendaal als centraal punt in een straal van twintig kilometer! Tot in de neder-Betuwe leest men de Rijnpost. Het is dus niet vreemd om in de krant van 8 juli 1965 een interview aan te treffen met de wat neerslachtige schrijver/dichter Hans Andreus.

De Amsterdammer met een 'fout' oorlogsverleden strijkt neer in Scherpenzeel en zegt daar ‘rust te hebben gevonden'. Als de televisie aandacht aan hem besteedt mag ook de vierjarige Wim Veenendaal voor de camera opdraven, de zoon van de plaatselijke bromfietshandelaar.


SWIEBERTJE Ook de opening van Motel ‘t Centrum annex Aral-benzinestation aan de Rijksstraatweg 97 in Leersum (nu een Chinees restaurant) op zaterdag 18 december 1964 was nieuws. Eigenaar Tom de Groot knipt samen met televisiezwerver Swiebertje het lint door.

Nog zo'n bijzonder interview: de uit Duitsland gevluchte Hanns Berk wordt op donderdag 12 augustus 1965 in de krant ondervraagd. Hij is idolaat van het poppenspel van Liesel Simon-Goldschmidt uit Frankfort die voor de oorlog het spel op een bijzondere manier bracht. In de krant meldt Berk dat hij bij de bevrijding de eerste voorstellingen gaf in galanteriezaak Hootsen in de Hoofdstraat.

Zo werden de jaren van bezetting met een kinderlach vergeten. Maar ook bij verenigingen, ziekenhuizen en tijdens privévoorstellingen maakten velen kennis met zijn spel. Berk zegt niet te geloven dat ‘de televisie de poppenkast zal verdringen'. Daarom laat hij een nieuwe kast van aluminium maken.

Hanns Berk was mede-onderduiker aan het Schildmeer in Kootwijkerbroek. De Veenendaalse dichterlijke grootheid Kees Stip schreef daar zijn humoristische verzencyclus Dieuwertje Diekema. Hanns dook ook onder aan de Bergweg in Veenendaal. Hij woonde in Rhenen en was lange tijd regisseur van toneelgezelschappen in Veenendaal, onder meer die van de VSW. Zijn bijzondere levensverhaal is nooit opgetekend, laat staan zijn onderduik in Veenendaal.

Bijzonder is de rubriek ‘Jonge mensen vertellen'. In het eerste deel vertelt Mik Thoomes (18) over zijn muzikale achtergrond. Mik is de zoon van dr J.G. Thoomes, theoloog en directeur van de Koningin Julianaschool voor L.O. en Ulo. Die zou in die jaren in conflict komen met het schoolbestuur. Hij werd enige tijd geschorst omdat Thoomes de schoolzolder gebruikte om privézaken op te slaan.


NIEUWS Wat is er over die jaren nog meer te vertellen? Een greep: Veenendaal staat aan de rand van een ‘broodoorlog' omdat bakker Bos uit de Hoofdstraat de voor de vakantie gemaakte prijzen ontduikt, Veenendaalse winkeliers houden een voorjaarsactie waarbij een 'geheimzinnige onbekende' koopcheques uitdeelt, de SKF bestaat in Veenendaal een halve eeuw, aan het herstel van de Cuneratoren in Rhenen wordt nog steeds gewerkt en de bouw van het raadhuis blijkt een lijdensweg (dan weer hier geprojecteerd, dan weer daar). De Combi-supermarkt opent op donderdag 28 mei 1965 op spectaculaire wijze een winkel aan het dr Slotemaker de Bruïneplein (nu het Kruidvat). Burgemeester Jan Hazenberg wordt daarvoor met een helikopter ingevlogen. Hij landt op het open terrein aan de Westersingel. De krant meldt dat er 'die middag duizend parachutes met daaraan waardebonnen voor gratis levensmiddelen naar beneden zullen vallen.'

Schrijver/dichter Hans Andreus strijkt neer in Scherpenzeel. Trauma's zouden zijn leven beheersen.
De 'vliegende burgemeester' opent in mei 1965 een nieuwe supermarkt in Veenendaal-zuid.