
'Een Volkswagen van de zaak en een [kantoortje achter de feestwinkel']
Jan Beijer was de eerste vaste redacteur van De Rijnpost
9 april 2024 om 13:10Toen de Rijnpost in 1964 als nieuw weekblad van de persen rolde, ging uitgever Wegeners Couranten Concern op zoek naar een redacteur-verslaggever in vaste dienst. ,,Ik had de HBS en de militaire dienst achter de rug en wilde de journalistiek in. Met mijn sollicitatiebrief aan Wegener in Apeldoorn was het direct raak. Aangenomen!"
,,Ik kreeg een witte Volkswagen van de zaak, een klein kantoortje achter een feestwinkel in de Zandstraat in Veenendaal en voor de rest niks. Maak elke week maar een mooie krant en zie maar hoe je dat doet, zo was het eigenlijk. Niemand die me wegwijs maakte.
Elke dinsdag tufte ik naar het hoofdkantoor in Apeldoorn en leverde daar 's morgens in alle vroegte de geschreven kopij voor de krant in. Die werd dan gezet met handbediende machines, die loden lettertjes afleverden. 's Middags stond ik in de opmakerij om daar de pagina's in elkaar te zetten. Ik gaf aan waar de in lood gegoten artikelen geplaatst moesten worden. Dan werd er een grote plaat van de pagina's gemaakt, die op de rotatiepers werd gemonteerd. De krant kon gedrukt worden. Op naar de volgende week."
OMVANGRIJK ,,De Rijnpost had toen nog een omvangrijk verspreidingsgebied in de Gelderse Vallei en de Betuwe. In deze regio karde ik heen en waar op zoek naar nieuws en verhalen. In een grote feesttent in Maurik interviewde ik het beginnende zangeresje Corry Konings en haar manager Pierre Kartner. In Overberg kwam een met een riek gewapende boer op me af toen ik hem informatie vroeg over de varkensbrand op zijn bedrijf. Het ging maar net goed.
In Scherpenzeel schreef ik een verhaal over de auteur Hans Andreus, die een verdacht oorlogsverleden bleek te hebben. In Veenendaal maakte ik een reportage over het nieuwe bejaardencentrum De Engelenburgh, dat door dominee Arend Vroegindeweij was geopend. In de burgemeesterskamer, toen nog gevestigd in het oude gemeentehuis aan de Hoofdstraat, werd ik uitgekafferd door burgemeester Jan Hazenberg. Ik zou, zo meende hij, de rellen op Lampegietersavond met te veel sensatie in de krant aangedikt hebben. Hij wees mij en fotograaf Jan Schmetz de deur. Wij vonden dat hij zijn bijnaam Jan Oorlog door zijn houding nogal eer had aangedaan.
Ik pik er zo maar een paar markante journalistieke belevenissen uit, die me bij zijn gebleven uit die beginperiode van de krant. In die jaren schreef ik wekelijks een column onder het pseudoniem Bimbam. Dat deed ik met zoveel plezier dat ik daar tien jaar geleden weer mee begonnen ben. Inmiddels heb ik er 500 geschreven in het nieuwsblad Het Kontakt dat in de Betuwe verschijnt. Een selectie van de columns is recent in twee boekjes gebundeld. Met genoegen kijk ik ook terug op het succes van De Rijnpost. De krant maakte een nogal onstuimige groei door, ook qua omvang. De gevestigde bladen De Vallei en de Veenendaalsche Courant konden de concurrentiestrijd niet meer aan. De adverteerder koos steeds vaker voor De Rijnpost. Zo kreeg ik eer van mijn werk."
TROTSE VADER ,,Als ik De Rijnpost nu af en toe nog eens in handen krijg, bekruipt me altijd het dankbare gevoel dat ik aan de wieg heb gestaan van die krant. Als een trotse vader."
Hoe ging het verder? ,,Na De Rijnpost ben ik nog verslaggever bij dagblad De Vallei en bij het Ede's Dagblad geweest. In 1968 vroeg de hoofdredactie van Wegener mij om in Tiel als redactiechef een nieuw dagblad op te zetten; de Tielse Courant met een verspreidingsgebied van Culemborg tot Dodewaard en een kantoor in Tiel. Begin tachtiger jaren stapte ik over naar de gemeente Tiel waar ik de eerste voorlichter werd. Daar promoveerde ik tot Hoofd Voorlichting en later tot Directeur Stadspromotie. In 2006 ging ik met pensioen.
Daarna ben ik nog acht jaar gemeenteraadslid voor de PvdA in Tiel geweest. Sinds 2014 schrijf ik een wekelijkse column."

